


Gepubliceerd in: NRC Handelsblad, zaterdag 28 december 1996
Samenvatting:
Op grond van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening en de Europese richtlijnen voor geneesmiddelen moet van elk geneesmiddel, wil het verhandeld kunnen worden, de werking wetenschappelijk bewezen zijn. Aan de andere kant staat het recht van de patiënt op vrije keuze van geneesmiddelen. Deze uitgangspunten botsen met elkaar. De geneesmiddelenvoorziening is speelbal geworden van deze botsende principes.
Tot nog toe zijn homeopatische en antroposofische geneesmiddelen uitgezonderd van het ‘werkzaamheidsbewijs’. Vanaf 1 januari 1997 zullen naar verwachting voor antroposofische geneesmiddelen de normale regels van het werkzaamheidsbewijs gaan gelden. Maar, omdat de wettelijke criteria voor het werkzaamheidsbewijs niet afgestemd zijn op de aard van deze middelen, zullen antroposofische geneesmiddelen, net zoals al met veel andere alternatieve geneesmiddelen is gebeurd, binnenkort van de markt moeten verdwijnen, tenzij patiënten van antroposofische artsen hun recht op vrije keuze van geneesmiddelen jegens de overheid geldend maken.
De situatie rond antroposofische geneesmiddelen is de zoveelste aanwijzing dat de toelatingsvoorschriften voor geneesmiddelen aangepast moeten worden. Gewerkt moet worden, in navolging van Duitsland, aan verschillende toelatingscriteria voor verschillende soorten geneesmiddelen. Daarmee komt men op een gezonde wijze tegemoet aan het recht van de patiënt op vrije keuze van geneesmiddelen, zonder afbreuk te doen aan de bescherming van de patiënt tegen schadelijkheid voor de gezondheid.
Enkele citaten:
“Geplaatst voor het dilemma de wet te volgen òf patiënten de geneesmiddelen van hun keuze te gunnen, blijkt de overheid dubbel spel te spelen. Officieel doet de overheid nog steeds voorkomen dat zij de wet volgt. Maar als het erop aankomt kiest zij voor het vrije-keusprincipe en licht zij veelvuldig en consequent de hand met de wet.”
“Patiënten ervaren dat bepaalde geneesmiddelen een heilzaam effect op hen hebben. Die subjectieve ervaring is belangrijker dan wat de objectieve wetenschap ervan meent te vinden.”
“(Antroposofische patiënten en patiëntenverenigingen) … zullen van de Nederlandse overheid moeten verlangen dat hun recht op vrije keuze van geneesmiddelen wordt gerespecteerd. De overheid zal daar een passend antwoord op moeten vinden. Het is ontoelaatbaar als de overheid nu opnieuw naar een buitenwettelijke oplossing grijpt.”